Gebrek aan onpartijdigheid

Gebrek aan onpartijdigheid kan vertrouwen ondermijnen.

‘Rechter heeft vaak te veel petten op’

Trouw, 2005-01-22

Gebrek aan onpartijdigheid kan vertrouwen ondermijnen

van onze verslaggever,

NIJMEGEN – Rechters kruipen steeds dichter tegen politiek en bestuur aan. Zo komt hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid in gevaar. Als deze tendens doorzet, kan het vertrouwen in de rechterlijke macht verloren gaan.

Rechtssociologe Leny de Groot-van Leeuwen zei dat gisteren bij de aanvaarding van het hoogleraarschap aan de Radboud-universiteit in Nijmegen. Er zijn steeds meer rechters die ook nog politicus of beleidsadviseur zijn. De hoogleraar waarschuwde dat de rechterlijke macht niet onaantastbaar is: net als de politiek kan ze getroffen worden door een populistische revolte, die het vertrouwen in rechters grondig zal aantasten.

De Groot-Van Leeuwen signaleert dat rechters steeds vaker de scheiding tussen kerk, recht en staat -de basis van de Nederlandse democratie- aan hun laars lappen. Er zijn rechters die naast hun ambt lid van de Eerste Kamer zijn. Tal van rechters zitten in beleids- en adviescommissies. Rechters in opleiding hebben niet zelden een tweede baan als adviseur van politieke partijen. Al deze functies kunnen ertoe leiden dat een rechter moet oordelen over een kwestie waar hij zelf met een andere pet op mee te maken heeft gehad, aldus de hoogleraar.

De rechtssociologe vindt dat samenwerking tussen rechters en wetgevers kritisch moet worden onderzocht. ,,Er is sprake van groepsvorming en zelfs van verweving van staatsmachten. Juist omdat die verweving van buitenaf niet goed zichtbaar is, moet ze met argwaan worden beschouwd.”

De Groot-Van Leeuwen vindt dat de rechterlijke macht veel te weinig doet aan het behoud van vertrouwen van ‘gewone mensen’. Onderzoek laat zien dat laagopgeleiden veel minder vertrouwen in rechtspraak hebben dan hoger opgeleide mensen. “Rechters moeten hun ogen niet sluiten voor het onderhouden van hun relatie met de samenleving.

In plaats van tijd te besteden aan samenwerking met bestuurders en wetgevers, zouden zij hun tijd moeten steken in de relatie met de bevolking en de rechtspraak zelf”, aldus De Groot-Van Leeuwen in haar oratie.