Rechters aanvaarden gedragscode

Brandbrief aan de presidenten van rechtbanken over de benoeming
van hun rechters en de integriteit van de Rechterlijke Macht

dinsdag 16 maart 2004 uur.

Rechters aanvaarden gedragscode

Van onze verslaggeefster Annieke Kranenberg

UTRECHT – De Nederlandse rechters hebben maandag een gedragscode goedgekeurd om de onpartijdigheid van magistraten te waarborgen. Het is voor het eerst dat rechters zo’n code, Leidraad Onpartijdigheid geheten, hebben opgesteld. De gedragscode telt tien aanbevelingen. Daarin is onder meer vastgelegd hoe een rechter moet handelen als een familielid of ex-collega partij is in een proces.

De gedragscode bevat geen sluitende regels, maar dient vooral het bewustzijn van onpartijdigheid te bevorderen, aldus de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR), de beroepsvereniging van de rechterlijke macht, die de gedragscode heeft vastgesteld. De NVvR gaf samen met de Presidentenvergadering twee jaar geleden opdracht aan een werkgroep een leidraad te ontwikkelen. Dat was naar aanleiding van een almaar voortdurende discussie over de integriteit en nevenfuncties van rechters.

De onpartijdigheid van de magistraat moet boven elke twijfel verheven zijn, aldus de leidraad. Tegelijkertijd mag van de rechter ook maatschappelijke betrokkenheid worden verwacht, zegt Frits Bakker, voorzitter van de Presidentenvergadering. ‘We moeten er altijd voor waken dat rechters in een ivoren toren belanden.’

Omdat de rechter midden in de samenleving moet staan, hoeft een nevenfunctie geen belemmering te zijn, aldus de leidraad. Een rechter moet wel voorkomen dat hij zaken behandelt waarbij hij uit hoofde van die nevenfunctie is betrokken.

D66 en PvdA vinden dat de aanbevelingen niet ver genoeg gaan. Zo zou de combinatie van het rechterschap en een politieke nevenfunctie verboden moeten worden. De leidraad stelt slechts dat de rechter zich er immer van bewust moet zijn dat dit zijn ‘onpartijdigheid kan beïnvloeden’.

De magistraat moet zich volgens de gedragscode eveneens vergewissen van nevenfuncties van partners en nauwe bloed- en aanverwanten. Het wordt ook niet wenselijk geacht als een rechter een zaak in hoger beroep behandelt als bijvoorbeeld zijn partner eerder in dezelfde zaak uitspraak deed voor de rechtbank.

Het gaat volgens Bakker – president van de Haarlemse rechtbank – vooral om het verkeerde beeld dat wordt opgeroepen. ‘De buitenwereld denkt dat je alles met je partner aan de keukentafel bespreekt. Dat is niet zo.’ Dikwijls gaat het om de ‘schijn van partijdigheid’, zegt NVvR-voorzitter en vice-president van de Amsterdamse rechtbank Wil Tonkens-Gerkema. ‘Wij moeten ons altijd realiseren hoe we overkomen.’

Wanneer een rechter vindt dat zijn onpartijdigheid in het geding is, trekt hij zich veelal terug uit een zaak of dient hij een officieel verzoek in tot verschoning. Als het OM of de verdediging vindt dat de rechter partijdig is, kan de procespartij hem wraken. Omdat terugtrekking het meest voorkomt, is de code gericht op de individuele rechter.